Veiligheidstips banden

Banden worden met grote zorg ontworpen en samengesteld om duizenden kilometers lang uitstekende diensten te kunnen bieden. Maar om daar maximaal gebruik van te maken, moeten ze goed worden onderhouden.

De belangrijkste factoren bij het onderhoud van banden zijn:

• De juiste specificaties vergeleken met de oorspronkelijk gemonteerde uitrusting
• Juiste bandendruk
• Juiste belasting van het voertuig
• Juiste bandslijtage
• Regelmatige controle
• Goede rijgewoonten
• De staat van het voertuig
 

 

Bandencontrole

Naast het uitvoeren van regelmatig onderhoud moet u ook letten op mogelijke problemen die uw banden kunnen beïnvloeden. Regelmatige controles helpen bij het voorkomen van problemen met de banden en houden u veilig terwijl u onderweg bent.

Let bij het controleren van de banden op:

Ongelijkmatige slijtage van het loopvlak - Dat kan bijvoorbeeld meer slijtage op één zijkant van het loopvlak ten opzichte van andere zijn, een patroon van veel en weinig slijtage, of zichtbare stalen draden. Ongelijkmatige slijtage kan worden veroorzaakt door problemen als een te lage bandendruk, onjuiste uitlijning, onjuiste balancering of problemen met de vering.

Ondiep loopvlak - Grip op nat wegdek loopt terug naarmate banden slijten. Om u te helpen deze problemen te herkennen, beschikken banden over ingebouwde "slijtindicatoren". Dat zijn dunne stroken glad rubber die over het loopvlak lopen. Als het loopvlak vrijwel gelijk is met de balken, is het tijd om de banden te vervangen.

Veroorzakers van problemen - Let op kleine steentjes, stukjes glas, metaal of andere vreemde voorwerpen die in het loopvlak vast kunnen zitten, en verwijder ze voorzichtig. Ze kunnen ernstige problemen veroorzaken als ze tijdens het rijden verder in de band worden gedrukt.

Beschadigde gebieden - Scheuren, sneden, krassen, gaten en bobbels in het loopvlak of op de zijkanten van de band kunnen op ernstige problemen duiden en de band moet mogelijk worden vervangen. Zoek direct professionele hulp.

Langzaam leeglopen - Wiel- en bandsamenstellingen verliezen in de loop van een maand of zo enige luchtdruk (ongeveer 2 psi), maar als u merkt dat u om de paar dagen lucht moet bijvullen, moet u band, wiel en ventiel laten controleren, en indien nodig de band laten repareren of vervangen.

Ventieldoppen - De kleine dopjes op het ventiel van de band houden vocht en vuil buiten, dus zorg ervoor dat ze op alle banden zitten. Als u een band laat vervangen, moet u tegelijkertijd ook een nieuwe ventielhouder laten plaatsen.

Rijden met beschadigde banden kan gevaarlijk zijn. Als u tijdens uw controle iets ziet dat u niet vertrouwt, moet u het door uw bandendealer laten controleren.

De juiste druk

Rijden op banden die niet de juiste luchtdruk hebben, is gevaarlijk. De juiste druk voor de banden is te vinden in de handleiding van het voertuig.

Een band met een te lage druk kan niet de toegewezen belasting dragen en bouwt bijzonder veel warmte op wat tot een klapband kan leiden. Daarnaast is een toenemend brandstofverbruik waarneembaar.

Banden met een te hoge druk, hebben minder grip en het midden van het loopvlak slijt sneller. Te hard opgeblazen banden hebben eerder last van lekken en schade op de wangen.

Zie de handleiding van het voertuig voor de aanbevolen bandendruk. Deze druk moet als minimum worden aangehouden.

Als u banden met de originele maat vervangt door banden met een andere maat, moet u contact opnemen met een bandenleverancier of de fabrikant van uw voertuig voor de juiste bandendruk van de nieuwe banden. Bandendruk controleren - Controleer de bandendruk, inclusief die van de reserveband, ten minste eenmaal per maand en voordat u een lange rit gaat maken. De bandendruk moet worden gemeten als de banden koud zijn - dat wil zeggen dat er niet op is gereden. Anders zijn de banden opgewarmd waardoor de luchtdruk in de banden met een paar pond is toegenomen. Dit is normaal. Verminder nooit de luchtdruk in een warme band. Het niet aanhouden van de juiste bandendruk kan snelle en ongelijkmatige slijtage van het loopvlak ten gevolge hebben, evenals een onjuist stuurgedrag, minder economisch brandstofgebruik en een sterke warmteontwikkeling met als gevolg defecte banden. (Om luchtverlies of regelmatig optreden van onderdruk te bepalen, moeten de banden worden verwijderd en gecontroleerd door een expert.)

Wieluitlijning

Uitlijnen en balanceren van de wielen is belangrijk voor uw veiligheid, comfort en voor een maximaal kilometergebruik van de banden. Controleer de banden minimaal eens per maand op tekenen van een ongelijkmatige slijtage of schade (scheuren, breuk, splitsingen, bobbels en inslagen.)

Patronen van ongelijkmatige slijtage kunnen het gevolg zijn van een onjuiste bandendruk, uitlijning, balans of slechte vering. Als dit niet wordt gecorrigeerd, kan nog meer schade aan de banden optreden. Deze omstandigheden verkorten de levensduur van de banden en kunnen de oorzaak zijn van verlies van de macht over het stuur en zwaar persoonlijk letsel.

U moet de uitlijning regelmatig laten controleren zoals opgegeven in de handleiding van het voertuig of wanneer u aanwijzingen voor problemen krijgt zoals trekken of trillen.

De juiste belasting

Overbelast de banden niet. Rijden op overbelaste banden is gevaarlijk.

De maximale nominale belasting van de banden is op de bandwangen aangegeven. Ga deze nominale waarden niet te boven. Banden die worden belast boven de maximaal toegelaten belasting voor de specifieke toepassing, ontwikkelen bijzonder veel warmte wat tot een klapband kan leiden. Integrale schade die niet zichtbaar is kan aan de band worden toegebracht (zelfs als de band van het wiel wordt gehaald en gecontroleerd.)

Overschrijd het nominale bruto asgewicht voor de assen van uw voertuig niet. Raadpleeg de voertuigsticker en/of de handleiding om het nominale bruto asgewicht te bepalen. Als u de belastingsinstructies van de fabrikant van het voertuig volgt, bent u er zeker van dat u de banden niet overbelast.

Als u banden met de originele bandenmaat vervangt door banden met een andere maat, moet de belastingscapaciteit voor de vervangende banden gelijk of groter zijn dan die van de originele banden en de totale diameter mag niet meer dan +/-2% afwijken om de juiste rolomtrek te behouden. Ze moeten ook compatibel zijn met het voertuig en de wielen als deze veranderd moeten worden.
 

Belastingsindex

 

J

K

L

N

P

Q

R

S

T

U

H

V

W

Y

Max Km/h

100

110

120

140

150

160

170

180

190

200

210

240

270

300

Snelheidssymbool
LI Kg   LI Kg   LI Kg   LI Kg   LI Kg   LI Kg   LI Kg
67 307   74 375   81 462   88 560   95 690   102 850   109 1030
68 315   75 387   82 475   89 580   96 710   103 875   110 1060
69 325   76 400   83 487   90 600   97 730   104 900   111 1090
70 335   77 412   84 500   91 615   98 750   105 925   112 1120
71 345   78 425   85 515   92 630   99 775   106 950   113 1150
72 355   79 437   86 530   93 650   100 800   107 975   114 1180
73 365   80 450   87 545   94 670   101 825   108 1000   115 1215

 

Een aanhanger trekken: Zie de handleiding van het voertuig dat door de fabrikant van het voertuig is geleverd voor nadere adviezen over het trekken van aanhangers.

Reparaties van banden

Reparaties moeten uitsluitend worden uitgevoerd door een bandenspecialist. De reparateur aanvaardt de volledige verantwoordelijkheid/aansprakelijkheid voor de reparatie, en garantie van de fabrikant is niet van toepassing. Cooper Tyres adviseert tegen het gebruik van afdichtmiddelen tegen lekken. Gebruik nooit een binnenband in een tubeless-band als substituut voor een goede reparatie.

Banden opslaan

Wees voorzichtig bij het opslaan van banden.

Banden moeten worden opgeslagen op een koele en droge plek, uit de buurt van zonlicht, warmtebronnen en ozon zoals hete leidingen en elektromotoren. Banden moeten zo worden opgeslagen dat er geen gevaar is dat water zich verzamelt in de banden. Zorg er voor dat oppervlakken waarop banden worden opgeslagen, schoon zijn en vrij van vet, brandstof of andere substanties die het rubber kunnen aantasten. Banden die tijdens opslag of tijdens het rijden aan deze materialen worden blootgesteld, kunnen verzwakken en het plotseling begeven. Zorg er ook voor dat lucht rondom alle zijkanten van de banden kan circuleren, waaronder de onderkant, om schade door vocht te voorkomen.

Bij het plat opslaan van banden (bovenop elkaar) moet u zo stapelen dat de banden onderop hun vorm behouden, en u moet de stapel regelmatig omkeren om de vorm van de onderste banden te behouden.

Bij opslag van banden buitenshuis moet u ze beschermen met een ondoordringbare waterdichte afdekking en ze boven de grond opslaan. Sla banden niet op zwart asfalt op, op andere warmteabsorberende oppervlakken, op grond die met sneeuw is bedekt of op zand.